Protocol
Hemoglobinebepaling

Datum laatste herziening
27 november 2015
terug naar protocollen index
Eindverantwoordelijke
alle praktijkmedewerkers


Doel

Hemoglobinebepaling wordt op eenduidige, geprotocolleerde wijze uitgevoerd, zodat een zo betrouwbaar mogelijke meting ontstaat.

Randvoorwaarden

  • De hemocue wordt jaarlijks geijkt.
  • De uitvoerenden houden zich aan het protocol Hygiëne.
  • Benodigdheden:
    • Hemoglobinemeter hemocue + controle-adaptor
    • B-hemoglubinehemocuecuvetten
    • Vingerprik veiligheidslancet
    • Deppers/gaasjes
    • Pleisters
    • Niet-steriele handschoenen

Activiteit


1. Voorbereiden en uitvoeren bloedprikken
De huisarts geeft de opdracht tot hemoglobinebepaling.
Laat de patiënt ontspannen zitten, zodat de arm op de tafel rust. Geef uitleg.
  • Was de eigen handen en trek handschoenen aan.
  • Prik met een veiligheidslancetje en doe vervolgens het lancetje in de afvalemmer.
  • Veeg de eerste druppel bloed af.
  • De cuvettehouder uitschuiven en de cuvette vullen met bloed.
  • Geef de patiënt een gaasje.
  • Cuvette in de houder plaatsen en inschuiven.
  • Plak een pleister op de vinger.

2. Aflezen en interpreteren Hb-gehalte
Het Hb-gehalte aflezen en noteren. Bij een afwijkende waarde is het zinvol om nogmaals te meten.
Interpreteren volgens de referentiewaarden:
  • mannen: 8,0 – 10,0 mmol/l
  • vrouwen: 7,5 – 9,5 mmol/l
  • zwangeren: > 6,5 mmol/l
  • kinderen tot 6 jaar: 6,0-9,0 mmol/l
  • kinderen vanaf 6 jaar: 6,5-10,0 mmol/l

3. Overleg
Overleg met huisarts:
  • Bij een waarde die afwijkt van de referentiewaarde.
  • Wanneer een recept nodig is.
  • Over het te volgen beleid, tenzij dit in de opdracht helder is aangegeven.

4. Afhandeling
Ruim de gebruikte materialen op.
Deel de patiënt het beleid mee: niets doen, naar de huisarts, recept of controle.
Registreer de handelingen.
Bespreek het beleid met de huisarts na bij onzekerheid, bij bijzondere omstandigheden etc.